skip to Main Content

4,5 JAAR RUTTE II: DE BALANS OP DE ARBEIDSMARKT

WWZ
Het moest het paradepaardje worden van zijn ministerschap: de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) van Lodewijk Asscher, de PvdA-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Geboren uit het sociaal akkoord was het doel van de WWZ om de arbeidsmarkt grootscheeps te hervormen. Door voortaan maximaal drie tijdelijke contracten in nog maar twee jaar (voorheen drie) toe te staan, zouden werknemers sneller doorstromen naar een vast dienstverband. De vakbonden zagen er een manier in om de ‘doorgeschoten flexibilisering’ op de arbeidsmarkt te keren. En werknemers mochten via de nieuwe wet na twee jaar rekenen op een transitievergoeding.
Sinds de invoering op 1 juli 2015 heeft minister Asscher aanhoudende kritiek op zijn belangrijkste wet moeten incasseren. Veel arbeidsmarktdeskundigen wijzen op de averechtse werking ervan. De strengere regels zouden er juist toe leiden dat werkgevers huiveriger worden om medewerkers een vast contract aan te bieden. Minister Asscher verdedigde in 2016 zijn wet door te wijzen op een stijging van het aantal vaste contracten. Experts spraken van selectief shoppen in de statistieken, wijzend op een sterkere toename van het aantal flexibele contracten.
 
Ontslagrecht
Een andere pijler uit het sociaal akkoord is de versoepeling van het ontslagrecht. Doel van de nieuwe regels: het ontslagrecht eenvoudiger, sneller en minder kostbaar maken voor werkgevers. Per juli 2015 verloopt een ontslagprocedure via het UWV, wanneer er sprake is van langdurige arbeidsongeschiktheid of ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. Bij ontslag om persoonlijke redenen is het de kantonrechter die beoordeelt. Voor werknemers zou een eerlijker beleid moeten gaan gelden, meer gericht op het vinden van een nieuwe baan.
 
Ook het nieuwe ontslagrecht kreeg al snel na de invoering de nodige kritiek te verduren. In de maanden na de invoering daalde het aantal ontslagaanvragen aanzienlijk. Van de zaken die wel voorkwamen, gaven rechters aan minder vaak contracten te ontbinden dan voorheen. Arbeidsjuristen beoordeelden de procedures als ingewikkelder en de ontslagvergoedingen als voor het mkb hoger. Ook MKB Nederland velde een stevig oordeel: het nieuwe ontslagrecht heeft personeel ontslaan voor kleine bedrijven niet makkelijker, maar juist moeilijker gemaakt.
 
Loondoorbetaling
Het kabinet Rutte II heeft het niet aangedurfd de loondoorbetalingsplicht bij ziekte te verlichten. Opvallend, aangezien rond de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 een ruime kamermeerderheid vóór verlichting van het (relatief) strenge regime was. Met verplicht twee jaar loon doorbetalen loopt Nederland internationaal gezien immers flink uit de pas. In 2015 deelde minister Asscher zijn kostenoverweging om het staande beleid te handhaven. Aan het verkorten van de loondoorbetalingsverplichting van twee naar één jaar zou een prijskaartje van 800 miljoen hangen, aldus het Centraal Planbureau.
 
Banenplannen
Om mensen aan de slag te houden of aan nieuw werk te helpen, zijn er sectorplannen in het leven geroepen. Werkgevers en werknemers konden zo in 2014 en 2015 zelf een sectorplan indienen bij de minister van SZW, op voorwaarde dat de bonden en werkgevers tenminste de helft bij zouden leggen. Voor mensen met een arbeidsbeperking reikt het doel verder. Uiterlijk 2026 moeten er voor hen minimaal 125.000 extra banen zijn gecreëerd, waarvan 25.000 bij de overheid.
 
van de 600 miljoen euro die het kabinet heeft gereserveerd voor de sectorplannen is uiteindelijk 424 miljoen euro uitgegeven. De werkgevers en bonden investeerden zelf 776 miljoen euro. Vanuit zowel de oppositie als ook van de coalitiepartner was er kritiek. CDA, D66 en de VVD stelden dat de plannen niet voor structuele extra werkgelegenheid zorgden. Minister Asscher wees op zijn beurt op het belang van het voorkomen van werkloosheid en het creëren van leerwerkplekken.
 
Met de banengroei voor mensen met een arbeidsbeperking gaat het voorspoedig. Begin 2017 staat de teller op 21.057 banen, waarvan 15.604 in het bedrijfsleven. En de algehele werkloosheid? Die is sinds de piek in februari 2014 in drie jaar gedaal van 699.000 naar 480.000 werklozen.
 
Zzp’ers
In 4,5 jaar arbeidsmarkt beleid gold er voor zzp’ers vooral onzekerheid en onduidelijkheid. Allereerst onzekerheid, toen in de zomer van 2013 berichten naar buiten sijpelden dat het kabinet de zelfstandigenaftrek zou willen inperken. Daar durfden VVD en PvdA niet op door te pakken. Onduidelijkheid ontstond er rondom het afschaffen van de Verklaring Arbeidsrelatie. Nadat zzp-belangenorganisaties hun vertrouwen opzegden in het Wetsvoorstel Beschikking Geen Loonheffingen, schetsen zij met staatssecretaris Wiebes (VVD) de Wet Dereguliering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Met name het eerste woord uit die laatste afkorting doet nog veel wenkbrauwen

Back To Top