skip to Main Content
De Platformeconomie Zal Veel Meer Nog Dan Nu Het Geval Is De Toon Gaan Voeren

De platformeconomie zal veel meer nog dan nu het geval is de toon gaan voeren

Na een dag hard werken eenmaal thuisgekomen, ontbreekt het u aan de zin om te koken. U pakt uw telefoon en bestelt via één van de vele maaltijdbezorgservices wat te eten. Binnen een halfuur is uw pizza of sushi afgeleverd door een koerier die zich als zzp’er verhuurt en heeft u bijgedragen aan de platformeconomie.

– Gastcolumn Julius Kousbroek –

Dat het aantal zzp’ers alleen maar groeit, staat buiten kijf. Sinds 2003 is deze groep met bijna 70% toegenomen. De krappe arbeidsmarkt, 24 uurseconomie en de verwachtingen die consumenten – u en ik – hebben bij allerlei dienstverlening zorgen ervoor dat het einde van deze groei voorlopig nog niet in zicht is. Van deze groep mensen werkt een significant deel via de platformeconomie.

Deze groep valt qua wet- en regelgeving tussen wal en schip. Voor de overheid zijn zij ondernemers, maar voor veel opdrachtgevers zijn zij flexibele werknemers die vanwege een aantal voordelen op het vlak van belastingen, premies en bedrijfsrisico’s financieel voordelig zijn om in te huren. Hierdoor wordt langs de ene kant oneerlijke concurrentie tussen groepen werkenden en langs de andere kant uitholling van het sociale stelsel gefaciliteerd. Een snelgroeiende groep mensen draagt immers niet bij via belastingen en premies aan het collectief, maar doet wel een beroep op het sociale vangnet wanneer dat nodig is.

Waar voor veel uitzendondernemers de opkomst van de platformeconomie toch een beetje voelt alsof een koekoeksjong zich plots tussen de andere kuikens nestelt om hun eten te stelen en hen uiteindelijk te verdringen, biedt deze zeker ook kansen voor onze branche. Nu is het gebruikelijk om alle werkenden in loondienst over één kam te scheren als het gaat om sociale lasten en verzekeringen. In principe zou voor iedereen die werkt – ongeacht of iemand een dienstverband heeft of diensten aanbiedt als zzp’er- dezelfde soort premies en belastingen afgedragen moeten worden. We moeten echter wel kijken wat reëel is. De ene werkende is de andere niet.

Ik durf wel te stellen dat de kans dat pensioenopbouw relevant is voor een pizza bezorgende student niet zo heel groot is en dat er voorlopig geen aanspraak op de WW zal worden gemaakt. Diezelfde student verzekeren voor arbeidsongeschiktheid door ongevallen met de fiets of scooter tijdens werktijd daarentegen is uiterst belangrijk. Laten we ervoor zorgen dat de groep freelancers die zich wil verzekeren en een bijdrage wil leveren aan het sociale stelsel ook daadwerkelijk de kans krijgt om dit te doen. Bedrijven in de flexbranche weten als geen ander wat voor welke werknemer relevant is en hoe ervoor te zorgen dat alle premies, toeslagen en belastingen netjes worden afgedragen.

De platformeconomie zal niet weggaan. Sterker nog, zij zal veel meer dan nu het geval is de toon voeren. Dat de overheid achter de feiten aanloopt is op zich niet nieuw – in Den Haag is men nog altijd druk in de weer met het door de vakbonden ontworpen keurslijf uit de jaren vijftig – maar laten wij als branche het voortouw nemen en tonen hoe het ook kan. Persoonlijk sta ik te popelen om met een van de grote platformspelers in gesprek te gaan en te kijken hoe we een eerlijke dienstverlening kunnen ontwikkelen waarin arbeid in plaats van tijd én een gelijk speelveld voor werkenden centraal staan.

Deze column is gepubliceerd in het oktobernummer van ‘Flexibel Werkt’, het magazine van de NBBU.

Back To Top