skip to Main Content

HET REGEERAKKOORD: DE NIEUWE UITZENDAGENDA VAN MINISTER KOOLMEES

Payrolling
Veel aandacht in het regeerakkoord gaat uit naar payrolling. Door expliciet te benoemen dat payrolling blijft bestaan lijkt Rutte III een lange discussie over het bestaansrecht van de dienstverlening te beslechten. Wel is het kabinet van plan om payrolling om te vormen tot een instrument dat werkgevers niet langers in staat stelt om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Payrolling zou zich zo volgens de nieuwe coalitie moeten ontwikkelen tot een puur ontzorgende vorm van dienstverlening voor ondernemers. Ook de invulling van de Participatiewet telt mee voor het ministerie van SZW. Zo schreef voormalig staatssecretaris Klijnsma vorig jaar aan de Tweede Kamer dat inleenverbanden een vaak gebruik en succesvol middel blijken om werk te bieden aan mensen met een arbeidsbeperking. Een net zo terechte als onderbelichte erkenning van de totale uitzendsector.
Gelijke arbeidsvoorwaarden
Het nieuwe kabinet zal ook proberen te regelen dat uitzendkrachten wat betreft primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk worden beloond met ‘gewone’ werknemers in dienst bij de inlener. Het is wachten op de concrete voorstellen, maar de passage in het regeerakkoord lijkt een uitbreiding van de inlenersbeloning aan te kondigen. Deze inlenersbeloning is nu wettelijk verplicht en waarborgt dat uitzendkrachten en medewerkers in dienst onder meer hetzelfde brutoloon, dezelfde onregelmatigheidstoeslagen, onkostenvergoedingen en periodieken ontvangen.
De vraag is: welke secundaire arbeidsvoorwaarden ontbreken nog en kunnen uitvoerbaar aan de inlenersbeloning worden toegevoegd? Veel secundaire arbeidsvoorwaarden zijn immers per definitie individueel ingeregeld, zoals een bonus of een auto van de zaak. Pensioen is een ander punt. De huidige starre wetgeving schrijft voor dat uitzendorganisaties verplicht pensioen moeten afdragen aan het STIPP pensioenfonds horend bij de sector waarin de uitzendkracht werkzaam is: het mag nu niet. De payrollplannen van het nieuwe kabinet worden dan ook terecht begeleid met een expliciete randvoorwaarde: als concrete voorstellen onuitvoerbaar blijken, volgt er geen nieuwe wetgeving.
Transitievergoeding
Een aandachtspunt voor de uitzendbranche is de voorgenomen aanpassing van de transitievergoeding. Het kabinet is van plan om werknemers al vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst transitievergoeding op te laten bouwen, in plaats van na twee jaar. Scholingskosten kunnen vervolgens in mindering worden gebracht op de vergoeding.
Het is nog de vraag of er voor uitleners een uitzondering volgt. Een duidelijk aandachtspunt voor de branche.
WW premie
Hetzelfde geldt voor de kabinetsplannen om de ww-premie te differentiëren naar het type contract. Werkgevers die bereid zijn vaste contracten aan te gaan met werknemers zullen, vergeleken met kortere contracten, beloond worden met een lagere ww-premie. Dit voorstel heeft raakvlakken met die andere discussie in uitzendland over ww-premielasten: de vaksectorverloning. Sinds 24 mei dit worden nieuwe vaksectoraansluitingen voor uitzenders niet meer toegestaan. Welke impact de ww-premieplannen van het kabinet op bestaande vaksectorverloningen gaat krijgen, moet de toekomst leren.
Wetsvoorstellen
Al met al spreken arbeidsmarktexperts van een afgewogen regeerakkoord met pragmatische ingrepen in de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd boekt de nieuwe coalitie ruimte in om af te wijken, ook voor de uitzendplannen. De uitvoerbaarheid en het draagvlak bij sociale partners worden meerdere malen benoemd als voorwaarden voor nieuwe wetgeving. Het is dus wachten op de concrete wetsvoorstellen en de behandelingen ervan in beide Kamers. De ervaring met de Wet DBA heeft Den Haag hopelijk geleerd dat onhaalbare beleidswijzigingen op de arbeidsmarkt kunnen leiden tot juridische onduidelijkheid en rechtsonzekerheden waar niemand bij gebaat is.
 
 
 
Frank van Gool – Otto Work Force:

“Waar blijft de terugkeer van de uitzendvergunning?”

“In het regeerakkoord heeft Rutte III in relatie tot de uitzendbranche één belangrijke kans laten liggen en dat is het herinvoeren van de uitzendvergunning. In Nederland kan in principe morgen iedereen een uitzendbureau beginnen waardoor, vaak uit gebrek aan deskundigheid en onervarenheid, zaken voorvallen waar de flexwerker de dupe van wordt.”
“Die uitzendvergunning is eind negentiger jaren afgeschaft waarna de branche is overgegaan tot zelfregulering om het kaf van het koren te scheiden. We hebben ons best gedaan maar we zijn er uiteindelijk nog steeds onvoldoende in geslaagd om dat echt goed te doen.”
“Daardoor worden bonafide uitzendexperts nog steeds beconcurreerd door partijen die ondeskundig of malafide zijn. Teveel bonafide uitzendbureaus hebben last van dat kleine percentage minder brave partijen die mensen bijvoorbeeld een dagcontract geven en dat 300 keer achter elkaar automatisch herhalen. Of 78 keer achter elkaar automatisch een weekcontract geven. Dat is gebruik of zelfs misbruik maken van mogelijkheden waarvoor deze niet bedoeld zijn. Wat je ook vaak ziet is dat flexmedewerkers niet op de juiste manier beloond of verloond worden.”
“De reden dat dit nog steeds gebeurt is dat het gewoon te makkelijk is om in Nederland je gang te gaan. Neem België, daar moet je én gekwalificeerd zijn én een waarborgsom storten van, ik meen, €100.000,-. Dat is een drempel om niet zomaar even een bureautje te beginnen.”
“Mede omdat we er niet in geslaagd zijn de malafide praktijk de kop in te drukken, is er nog steeds negatieve publiciteit over de flexbranche. Er wordt zelden ingegaan op hoe goed meer dan 90% van de uitzendbranche het doet, de aandacht gaat altijd uit naar die kleine 10% waar het misgaat.”
“Maar er zitten ook positieve kanten aan het regeerakkoord. Het is goed dat er aandacht uitgaat naar payrolling met als inzet dat payrolling wordt ingezet waar het voor bedoeld is: het ontzorgen van klanten op zo’n manier dat het voordeel oplevert voor alle partijen.”
“En waar wij al veel langer voor pleiten, heeft in het regeerakkoord ook een plek gekregen: arbeidsmigranten zijn van economische betekenis in Nederland en moeten daarom gelijk beloond worden. Een noodzakelijke maatregel om oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt tegen te gaan die wel al bepleiten zolang we bestaan.”
Hans Mesters – ABN AMRO

“Marktwerking houd je niet tegen”

“Al met al denk ik dat je het regeerakkoord best bemoedigend kunt noemen. Er wordt een en ander gezegd over het reguleren of aan banden leggen van payrolling, maar de primaire reactie van payrollers was niet paniekerig. Ik heb er inmiddels een paar gesproken en die zitten er toch vrij relaxt in. En er is natuurlijk al een beweging aan de gang; salarissen en voorwaarden van mensen die vanuit flex bij en bedrijf worden geplaatst, komen steeds meer in lijn te liggen met die van medewerkers in vaste dienst.”
“Daarnaast zie je dat in de huidige schaarse arbeidsmarkt steeds meer mensen steeds beter hun marktwaarde kennen. En dat mede daardoor specialisten op alle niveaus, dus engineers en consultants net zo goed als heftruckchauffeurs en lassers, vaker kiezen voor het zzp-bestaan. Simpelweg omdat ze dus weten wat ze waard zijn en navenant willen verdienen. De plannen rondom zzp’ers in het regeerakkoord betekenen dan ook voor steeds meer mensen een stap vooruit.”
“Het traditionele ‘mensen in een vaste baan duwen’ wordt daarmee dus minder relevant. Dat onderschrijft ook de noodzaak voor bedrijven om steeds minder op de contractvorm te focussen, het gaat er veel meer om hoe je vast en flex integreert. En hoe je als werkgever omgaat met je employer branding: hoe aansprekend zijn wij voor de nieuwe aanwas,de jongere generatie arbeidskrachten die meer aangesproken wordt door de kansen om bij te dragen aan een betere wereld dan door een langlopend carrièrepad.   
“De reactie daarop vanuit de markt is ook al in gang: een aantal flexpartijen kiest ervoor om niet alleen als uitzender te opereren, maar ook zzp-diensten aan te bieden, aan payrolling te doen en soms een beetje te detacheren om maar zoveel mogelijk de behoefte te kunnen invullen.”
“Dat zijn de trends zoals ik ze zie en ik denk dat die zich vanzelf uitkristalliseren. Ook vanuit de wetenschap dat je de marktwerking toch niet kunt tegenhouden. Met andere woorden: ongeacht het regeerakkoord kan de politiek met de beste bedoelingen wel van alles willen, maar er wordt gewoon al heel flexibel geschakeld door bedrijven.”
“Kijk maar hoe bedrijven opereren. Toen de onzekerheid rondom de inzet van zzp’ers hoog was, zag je echt dat even wat minder zzp’ers werden ingehuurd. Men koos sneller voor mensen die gedetacheerd werden. Zo zie je in die flexpool een soort wet van communicerende vaten ontstaan; een typisch staaltje dynamiek van de markt en van de zelforganiserende werking van ons land, die best benijdenswaardig is.”   
 
Hans Biesheuvel – ONL voor Ondernemers:

“Pak de handschoen op”

“Het regeerakkoord brengt goed nieuws: de Wet werk en zekerheid gaat terug naar de tekentafel en de Wet DBA naar de prullenbak. Daarnaast wil Rutte III het arbeids- en ontslagrecht hervormen. Dit is goed nieuws voor werkend en ondernemend Nederland. Het is nu essentieel om werkgeverschap daadwerkelijk aantrekkelijker te maken. Op dat punt ad ik graag gezien dat het regeerakkoord grotere stappen had gezet. Maar over het algemeen is de richting goed én steekt de nieuwe coalitie haar hand naar ons uit.”
“De ruimte voor maatwerk moet weer teruggebracht worden in het arbeidsrecht en het ontslagrecht. In het regeerakkoord zijn op dit punt kansen blijven liggen. De ‘oplossing’ voor de Wet DBA roept ontzettend veel vragen op. Niet in de laatste plaats of dit wel uitvoerbaar is. De mogelijkheid om te ontslaan op basis van een cumulatieve ontslaggrond is nog steeds te beperkt. De rechter moet altijd kunnen ontbinden en daar een vergoeding aan kunnen verbinden.”
“Het moet weer aantrekkelijk worden om werkgever te zijn. Op dit punt zijn in het regeerakkoord goed stappen gezet, maar ook kansen blijven liggen. Neem bijvoorbeeld de verplichtingen van werkgevers bij ziekte. Het regeerakkoord wil de loondoorbetalingsverplichting verkorten en de verplichtingen omtrent re-integratie verlichten. Twee beleidsveranderingen die goed en hard nodig zijn. Alleen de wijze waarop het regeerakkoord dit wil realiseren is potentieel een gevaarlijke sigaar uit eigen doos.”
“Het hervormen van het arbeidsmarktbeleid kan Rutte III niet alleen. Dat weet het kabinet ook. Nu het traditionele polderoverleg geklapt is, zullen ze kijken hoe vooraf draagvlak gevonden kan worden. Dat is goed voor ons allemaal. Op die manier zal het arbeidsmarktbeleid beter aansluiten op de realiteit. Het is nu aan ons om de handschoen op te pakken en mee te werken aan de broodnodige vernieuwing van het arbeidsrecht en de sociale zekerheden.”
 

Back To Top